Gymnastiek Oefening 10


Appuyement

Voordat je begint met deze oefening is het handig als jij en je paard de voorgaande oefeningen uit deze cursus, 7 Schouderbinnenwaarts, 8 Travers en 9 Renvers kunnen uitvoeren. Als dit bevestigd is voor ongeveer 75%, kun je dus verder met deze oefening.


Doel van de oefening

Door de voorgaande oefeningen heeft het paard geleerd om zonder aanleuning van de wand meer op eigen benen te lopen, waardoor de balans sterk verbeterd is. Als jij en je paard dit goed beheersen kun je weer verder met de volgende oefening.

Dit kun je doen met het appuyeren. Het appuyement is eigenlijk een travers op een diagonale lijn. Het paard beweegt zijwaarts maar tegelijkertijd ook voorwaarts. Evenveel zijwaarts als het voorwaarts gaat.

Doordat je de oefening uitvoert op de diagonaal heeft het paard geen enkele steun meer van de wand en dient het paard goed op eigen benen te lopen en aan de hulpen te zijn.

Deze oefening vormt de derde ‘sleutel’ van de natuurlijke verzameling omdat het met deze oefening kort achter elkaar met het binnenachterbeen ondertreed en met het buitenachterbeen.

We kennen diverse varianten in deze oefening waarbij geldt dat hoe meer we de diagonale lijn zijwaarts maken, hoe meer het paard in zijn lichaam moet buigen en hoe zwaarder de oefening wordt (4/4 is dus het zwaarste).


  • Appuyeren heeft feitelijk dezelfde gymnastiserende werking/voordelen voor het lichaam als de Travers/Renvers.
  • Het zorgt ervoor dat de achterbenen gelijkmatig leren om de achterhand te dragen en vooruit te stuwen. Doordat de achterbenen meer gewicht moeten gaan dragen worden de spieren sterker, net als bij gewichtheffen.
  • De beide schouders van het paard kunnen vrijer bewegen. Dit komt omdat het paard in deze oefening, het binnenachterbeen meer onder het zwaartepunt leert zetten én ook het buitenachterbeen meer onder het zwaartepunt leert zetten. Om en om meer gewichtopname op beide achterbenen dus. Dit komt omdat het paard op de diagonale lijn beweegt.
  • Het paard leert beter tussen de hulpen te bewegen en het is heel goed zichtbaar maar vooral ook voelbaar wanneer het paard de balans of de buiging verliest.
  • Het paard gaat door de verzamelende werking automatisch meer het gewicht verplaatsen naar de achterhand, krijgt meer balans en wordt licht in de hand.
  • Deze oefening zorgt er ook weer voor dat de voorgaande oefeningen beter uitgevoerd kunnen worden.

Filmpje Appuyement

Hieronder zie je mij met Noa het eindresultaat van de oefening uitvoeren vanuit de voor-positie.


Uitvoering 
Appuyement

De oefening voeren we wederom uit met één teugel, bevestigd aan de middelste ring van de kaptoom en vanuit de voor-positie.

○ Voordat je het paard iets vraagt, moet je zelf eerst een goed plaatje in je hoofd hebben van hoe oefening eruit ziet en hoe je deze wil gaan uitvoeren. Als het voor jou duidelijk is, dan kun je het ook beter overbrengen op je paard.

○ Start met het lopen op een diagonale lijn (jij beweegt achteruit). Voor het gemak gaan we er vanuit dat we de oefening gaan uitvoeren zoals op onderstaand plaatje namelijk linksom.

○ Eerst geven we het paard de juiste richting, dit doe je het gemakkelijkste op de volgende manier: eerst loop je linksom vanuit de hoek een paar stappen met je paard over een diagonale lijn waarbij je je paard rechtuit met buiging vraagt. Dus over de diagonale lijn bewegen met de juiste stelling, buiging en een ondertredend achterbeen.

○ Blijft je paard netjes in deze vorm, licht en nageeflijk, dan geef je een halve ophouding. Vervolgens hef je de zweep omhoog en vraag je met de zweephulp de achterhand iets naar binnen. De oefening Travers dus (meer is het ook niet dan het vragen van de oefening Travers, maar dan op een diagonale lijn). Waarbij je als moeilijkheid er voor moet zorgen dat het paard wel correct het gewicht blijft verdelen over beiden schouders en beiden achterbenen en niet de vorm verliest.

○ Reageert het paard en blijft het paard ook maar enigszins in de juiste vorm en in balans, ook met zijn schouders, stop dan meteen en beloon het paard. Laat het paard in deze houding staan.

○ Vaak zal het paard echter in het begin moeite hebben om de achterhand in lijn te houden met de schouders. De zweephulp geef je zoals hierboven beschreven, dus door de achterhand naar je toe te ‘hengelen, op het moment dat het paard te weinig met de achterhand naar binnen komt. Maak het paard rechter, dus vraag meer voorwaarts als het paard teveel de achterhand naar binnen brengt.

○ Reageert het paard goed op de correctie met de zweephulp(en) op de voor-en achterhand en is de balans weer hersteld, stop dan en beloon het paard. Belangrijk is dat het paard eerst begrijpt wat er precies verlangd wordt.

○ Vervolgens probeer je weer opnieuw het paard een stap naar voren te vragen, waarbij het de bedoeling is dat het paard netjes in de vorm blijft. Lukt dit niet begin dan opnieuw door eerst weer over de diagonale lijn te lopen en vervolgens Travers in te zetten.

○ Let erop dat je niet teveel de achterhand naar binnen vraagt. In het begin heb je vaak de neiging om de achterhand teveel naar binnen te vragen. Wanneer je dat doet valt het paard vaak op zijn binnenschouder.

○ Met halve ophoudingen zorg je ervoor dat de balans goed blijft en deze zet je in als je paard bijvoorbeeld te veel gaat stuwen en vooruit weg wil lopen.

○ De hulpen blijf je herhalen en zodra het paard goed reageert en in de vorm blijft, al is het maar één of twee stappen dan beloon je het paard en stop je (op de rechte lijn) met de hulpen. Valt het paard uit de vorm dan geef je weer de gewenste hulp voor het corrigeren via de buitenschouder of de binnenschouder of het naar binnen vraag van de achterhand. Let er op dat je het paard ook eigen verantwoordelijkheid geeft en dat je geen hulpen geeft als het niet hoeft. Neem in het begin iedere keer genoegen met een paar stappen en vraag het paard daarna weer gewoon rechtuit met buiging.

○ Wissel links- en rechtsom genoeg om en doe de oefening vooral in het begin niet te lang want dit kan spierpijn veroorzaken.

○ Het is vooral je lichaamshouding waarop je je paard wil trainen. Door de zweephulp in te zetten als je denkbeeldige hengel waarmee je afwisselend de achterhand en eventueel de schouders naar je toe hengelt, neem je automatisch de juiste houding aan en krijgt je paard ruimte en zal het begrijpen dat het naar je toe kan blijven bewegen.

Het bovenstaande is slechts één korte beschrijving om het paard dit aan te leren. Daarnaast is ieder paard anders en kan andere hulpen nodig hebben, de kunst is om altijd goed te blijven kijken naar wat ieder individueel paard nodig heeft.


Tip: door balken neer te leggen op een diagonale lijn geef je jezelf en je paard meer richting en kun je in feite denken dat dit een wand is waar je langs loopt en Travers vraagt.

Tip: oefen in het begin de meest eenvoudige variant namelijk de 1/4 of de 2/4 (zie afb. hieronder), maar wanneer je merkt dat het gemakkelijker gaat, is het ook goed om de moeilijkere varianten te proberen voor meer buiging in de achterbenen. Houd daarbij goed in de gaten dat het paard altijd moet leiden met de voorhand en ook vooruit moet blijven bewegen.


Aandachtspunten

! Als je paard in de juiste vorm beweegt kun je steeds zien dat 3 benen zich oplijnen zoals in het plaatje hier onder.

! De oren van het paard moeten steeds het hoogste punt zijn, anders wordt de wervelkolom teveel in elkaar gedrukt.

! Je paard kijkt recht vooruit, maar moet wel lengtebuiging houden, steeds nageeflijk zijn en licht aanvoelen in de hand. De voorhand moet altijd leidend zijn ten opzichte van de achterhand, want anders is het meer zijwaarts en stapt je paard niet meer met de achterbenen onder het zwaartepunt en mis je het doel van de oefening.

! De ene zijde zal uiteraard gemakkelijker gaan als de andere. Blijf niet hangen in gemakkelijk, maar oefen de moeilijkere zijde wat extra, maar niet langer. Liever juist korter en stop op het 
hoogtepunt.

! Zorg er dus voor dat je zelf niet onnodige hulpen blijft geven. Geef het paard eigen verantwoordelijkheid en corrigeer alleen wanneer nodig.


Kennistestje theorie Gymnastiek Oefening 10

Waarom is het goed dat je paard de oefening Appuyement kan uitvoeren? (Meerdere antwoorden zijn goed)
Maak de stelling af. Bij deze oefening is het belangrijk dat ....
Welke uitdagingen ervaar jij bij het uitvoeren van deze oefening met je paard?


Wat als… hulp bij 
uitdagingen

-Wat als je paard zijn achterhand teveel naar 
binnen brengt en de voorhand 
niet meer leidend is?

Misschien vraag je zelf teveel de achterhand. Maak je paard wat rechter door wat meer voorwaarts te vragen. Het kan ook zijn dat je te weinig de schouders vraagt. Probeer de schouders meer te vragen door de buitenschouder naar je toe te ‘hengelen.

-Wat als je paard op de binnenschouder 
valt?

De balans houden in de schouders is nog moeilijk voor het paard en mogelijk stuwt het paard nog net wat teveel met de achterbenen. Geef duidelijke halve ophoudingen. Wanneer je paard hier niet licht op reageert en het gewicht in je hand toeneemt, zet het paard dan stil en start daarna weer door eerst de juiste stelling en buiging te laten aannemen (op de diagonale lijn) en vervolgens een pas te vragen.

Blijf controleren dat je paard de stelling en buiging niet verliest en zet het paard stil als dat toch gebeurd. Waak ervoor dat je niet teveel de achterhand naar binnen vraagt, daardoor kan het paard ook op de binnenschouder vallen.

-Wat als je paard zijwaarts gaat?

Je paard is de vorm kwijt. Het beste stop je en begin je opnieuw met de oefening. Zorg ervoor dat je paard echt eerst goed rechtuit over een diagonale lijn kan lopen met stelling en buiging en een achterbeen wat netjes naar voren onder het zwaartepunt stapt en vraag daarna een stapje Travers, dus de achterhand naar binnen en als je paard hier goed op reageert, stop dan en beloon het paard uitvoerig. Vanuit deze goede stap kun je in een volgende sessie twee stappen vragen.


Succes met deze oefening!

Overzicht Cursus

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *