De halve ophouding verduidelijkt

Een veelgehoorde term: ‘de halve ophouding’, maar vraag aan ruiters wat het betekent en maar weinigen kunnen het uitleggen. Bij het trainen van je paard is het aan jou als trainer om het paard steeds zijn balans weer te laten vinden. Als middel om te herbalanceren gebruiken we de halve ophouding. 

Aangezien het paard eigenlijk continu in beweging is moeten we als trainer ook bewaken dat het paard zijn soepelheid, houding, tempo, takt en schwung behoud en ook hierbij zetten we de halve ophouding in.

Halve ophouding om te voelen

Wanneer het paard correct loopt (los in de rug en met de achterbenen naar het zwaartepunt swingt) en op iedere minimale druk op contact met het hoofd of het bit nageeft, voel je lichtheid in je hand.

Aha! Nu je dit weet kun je dus ook testen of je paard correct loopt door met je hand nu juist te vragen of je paard op minimale druk wil nageven.
Vervolgen beoordeel je of het een goed gevoel is of een gevoel van weerstand. Het voelt goed als de ophouding door het lichaam ‘stroomt’ in de richting van de achterhand.

Hoe gaat dit in z’n werk:

  • je sluit je hand alsof je zachtjes een spons uit knijpt. 
  • het paard reageert op deze ‘druk’ door hierop na te geven
  • je opent je hand weer (alsof de spons weer zijn normale vorm krijgt)
  • het paard reageert door het contact met je hand op te zoeken.


Filmpje ophouding in stilstand

Om je eigen hand te scholen en het juiste gevoel te ontwikkelen + je paard te leren wat je bedoelt met een ophouding, kun je in stilstand oefenen. Tenslotte moet een ruiterhand altijd meer voelen dan ‘produceren’ en dat is een lastig en langdurig proces. Beweging maakt het vaak niet gemakkelijker, ook niet voor je paard. Oefenen in stilstand is dan ideaal.

Hieronder zie je een kort filmpje met mij en mijn paard Noa (24 jaar). Noa kent de oefening en reageert heel licht op mijn hand en netjes op de ophouding die ik geef. Dit komt omdat we dit al jaren oefenen. Het kost tijd en geduld, maar dat is het zeker waard.



Samenhang halve ophouding en correcte beweging

Als het goed is zou het dus moeten gaan zoals hierboven beschreven. 
Je maakt een halve ophouding wanneer het paard in beweging is op de teugel of longe om te controleren of je paard met zijn binnenachterbeen goed naar voren komt en stapt onder het zwaartepunt (midden van zijn buik).

Als dit het geval is, betekent dat ook dat de binnenheup van het paard wat naar voren komt en het paard dus ook de juiste lengtebuiging heeft. Het lichaam van het paard wordt door de spieren aan de binnenkant wat samengetrokken en daarom geeft het paard na op de druk van de teugel of longe. Het contact met de mond/neus (bij bitloos) van het paard is dus een indicator van hoe het achterbeen beweegt.

Als het niet goed is dan geeft het paard niet ‘na’ op de halve ophouding met de hand en blijft hij stug in het contact met je hand. Dit wil zeggen dat het paard uit balans is. Voelt het contact stug, dan betekent dat niet goed ondertreden van het achterbeen. Voelt het contact nageeflijk dan betekent dat goed ondertreden van het binnenachterbeen.