Voorwoord

Leuk dat je deze E-cursus bekijkt!
Ik heb mijn best gedaan deze zo interessant en zo helder mogelijk te maken.
Met en met zullen er nog meer inzichten, filmpjes en waarschijnlijk ook oefeningen aan worden toegevoegd. Het is dus groeiend… Ook ik blijf leren en vind het onwijs gaaf dit met je te delen.

Ik raad je aan om de cursus te bekijken in de volgorde waarin het nu staat, dus door steeds de knop ‘volgende‘ onderaan de pagina te gebruiken.

Veel lees en leerplezier!

Graag het formele copyright respecteren en alles uit deze online cursussen enkel voor eigen gebruik houden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, openbaar gemaakt of doorgestuurd/doorverkocht zonder toestemming van Equinespirit.
De info in deze online cursus is met de grootste zorg door mij samengesteld. Echter, ik ben niet aansprakelijk voor mogelijke onjuistheden of onjuist gebruik van de informatie.



Anatomie en biomechanica van het paard

Droge stof, maar toch belangrijk!

Deze module is niet meteen de meest spannende, maar toch zeer de moeite om door te nemen omdat het je vooral het waarom leert.

Een paard is niet gemaakt om een mens te dragen. Om een paard te kunnen (blijven) rijden is het belangrijk om rekening te houden met het lichaam van het paard. Helaas realiseren sommige ruiters dit vaak pas als er echt problemen voordoen. Als paarden de werklust verliezen of ernstig geblesseerd raken. 

Wetend hoe een paard in elkaar zit en hoe de onderdelen in het lichaam samenwerken, stelt je beter in staat om het paard op de juiste manier te trainen en zo het beste uit je paard naar boven te halen.

In deze module besteed ik aandacht aan een aantal belangrijke aspecten van de anatomie van het paard.


Het Skelet

Het lichaam van een paard bestaat uit ongeveer 205 botten, het aantal exacte botten is o.a. afhankelijk van het ras. De wervelkolom bestaat uit de volgende botten:

  • 7 halswervels (eerste wervel heet atlas de tweede de draaier)
  • 17-19 borstwervels
  • 5-6 lendenwervels
  • 5 heiligbeenwervels (zijn vergroeid tot één stuk)
  • 15-22 staartwervels

Door het fokken van paarden en dus de genetische selectie is er heel wat veranderd in de anatomie van het gedomesticeerde paard.

Sharon May-Davis is een Australische wetenschapper welke intensief onderzoek heeft verricht op de anatomie en biomechanica van paarden. Zij heeft diverse zaken ontdekt welke anders zijn dan in de anatomie boeken staat beschreven. Ik heb deelgenomen aan een cursus biomechanica die door haar werd gegeven en ik heb een opleiding gevolgd bij Equine Health Care en zodoende kennis mogen op doen over de anatomie en biomechanica van paarden.

Gewrichten

Terug naar de anatomie. We beginnen met de gewrichten.
Een gewricht is een overgang tussen twee botten, zodat er beweging mogelijk is. Een gewricht wordt door middel van pezen, banden, spieren en weefsel, facie bij elkaar gehouden. Aan de botuiteinden in ieder gewricht is er bescherming in de vorm van kraakbeen en om ervoor te zorgen dat de beweging tussen de botten soepel verloopt, bevindt zich in de gewrichtsholte een vloeistof, genaamd: het synovium. Vervolgens zit er om het gewricht een gewrichtskapsel en dit gewrichtskapsel wordt verstevigd door gewrichtsbanden, ook wel ligamenten genoemd. Een ligament bestaat uit zeer stug bindweefsel. Bij overbelasting van de ‘hulpstructuren’ van een gewricht ontstaan er blessures. Dit moeten we dus zoveel mogelijk zien te voorkomen.


Gewrichten van het achterbeen

1.SI-gewricht

2. Heupgewricht

3. Kniegewricht

4. Spronggewricht

5. Kootgewricht (kogel)

6. Kroon-en hoefgewricht

SI-gewricht (sacro-iliacaal gewricht)

De gewrichten van het achterbeen kan het paard oplijnen als een ‘springveer’ zodat het de achterbenen kan buigen om af te zetten en om het gewicht van het lichaam te kunnen dragen.

Bent Branderup in een Levade met maximale oplijning van de gewrichten van de achterbenen

Het SI gewricht verbindt het bekken en de ruggengraat en wordt bij elke stap gebruikt. Hiermee wordt de actie van de achterbenen doorgegeven aan de rug en wordt de kracht omgezet in voorwaartse beweging.

Heupgewricht

Het heupgewricht ligt diep in de spieren van de achterhand en verbindt het achterbeen via het dijbeen aan het bekken.

Kniegewricht

Het kniegewricht is als het ware het scharnier tussen het bovenbeen (dijbeen) en het onderbeen (schenkelbeen). Het heup- en het kniegewricht zijn het krachtigst, omdat de botten sterk en groot zijn en er flinke spierpartijen om heen liggen. De achterhand moet vooral in de knie- en heupgewrichten buigen om gewicht te kunnen gaan dragen.

Spronggewricht

Het spronggewricht is zwakker en minder stug dan het knie- en heupgewricht. Het paard zal zich bij slechte training sneller alleen in het spronggewricht buigen, en niet in knie- en heupgewricht, waardoor allerlei kwalen kunnen ontstaan. Die kwalen ontstaan door overbelasting. Overbelasting ontstaat als de spieren van de bovenste gewrichten nog niet voldoende ontwikkeld zijn en het paard toch al wordt opgericht.

Koot-, kroon- en hoefgewricht

Het koot-, kroon- en hoefgewricht zijn erg gevoelig voor de kwaliteit van de ondergrond waarop getraind wordt en het terrein waarin gereden wordt. Een harde diepe hoefslag vragen om problemen aan de spieren en pezen van deze gewrichten! Het paard kan kreupel worden door een verstuiking of verrekking en ook kunnen de pezen gaan ontsteken bij slechte bodem.


Gewrichten van het voorbeen

1.Schoudergewricht

2. Ellebooggewricht

3. Voorkniegewricht

4. Kootgewricht

5. Kroon- en hoefgewricht 

Het ellebooggewricht is bij veel paarden al op jonge leeftijd beschadigd omdat hier snel overbelasting bij optreedt.

De gewrichten in het voorbeen kunnen niet zo buigen als die in het achterbeen. Het voorbeen is een recht been, met een dragende functie. De voorbenen kunnen ook niet stuwen alleen de ondervoet kan wat veren.


Onderkant been

Verder met de onderkant van de benen. Deze bestaan uit diverse beenderen en weke delen. De weke delen zijn de pezen die zorgen voor beweging, de banden die de gewrichten ondersteunen, zenuwen en bloedvaten.

Vooral de ondervoet in de voorbenen moet zoveel mogelijk ontlast worden om overbelasting te voorkomen. De ondervoet in de achterbenen kan ontzien worden, wanneer de krachtige spieren van het heup- en kniegewricht buigzaam worden gemaakt.


Hoeven

Gezonde hoeven zijn heel belangrijk en dragen bij aan optimale beweging van het paard. Tegemoet komen aan de natuurlijke behoeften en huisvesting van het paard helpt hier al voor een groot deel aan mee. Evenals op tijd laten bekappen, bijsnijden van de hoeven door een deskundige hoefsmid of bekapper. Hiermee voorkom je dat de stand van de hoeven verkeerd groeit en er daardoor overbelasting en compensatie optreed.

Voor de meeste paarden geldt dat het beste is om geen hoefijzers te gebruiken. Het ‘hoefmechanisme’ blijft dan zo optimaal mogelijk en de hoef is in staat op natuurlijke wijze te groeien. Echter, niet ieder paard wat gereden of belast wordt kan zonder hoefbescherming. Veel hangt namelijk ook af van de wijze waarop het paard gehouden wordt. Kijk maar eens op deze interessante site
http://paardenhoeven.info/de-5-sleutels/.Het paard past zich namelijk op de omstandigheden aan. Door onder andere genetische selectie heeft het ene paard nu eenmaal sneller afwijkingen aan de hoef of hoefzool waardoor hoefbescherming in de vorm van hoefschoenen (voornamelijk voor) toch noodzakelijk zijn om het paard pijnvrij te laten lopen.


Spieren  

De spieren waar we mee werken bij de training van ons paard, zijn de skeletspieren. De andere spieren zorgen voor beweging van de organen. Een spier bestaat uit spierbundels en elk van deze spierbundels is vervolgens weer opgebouwd uit spiervezels (en deze vervolgens weer uit fibrillen).

Spieren wekken beweging op doordat ze op verschillende manieren samentrekken en werken samen. Wanneer de korte spier aanspant (angonist), dan moet de lange spier (antagonist) ontspannen. Dit kun je zelf testen met je eigen arm. Span je arm maar eens als een gewichtheffer en je voelt je biceps aanspannen. Ontspan vervolgens je arm weer en strek deze en je voelt je triceps aanspannen. Spieren werken altijd in groepen.

Spieren en benamingen van de oppervlakkige spierlaag

bron: physical therapy & massage for the Horse, Jean-Marie Denoix, Jean-Pierre Pailloux

Verantwoorde opbouw van spieren

Opbouw van de spieren hangt onder andere samen met de genetica van het paard. Maar ook huisvesting is belangrijk. Het paard is een bewegingsdier en heeft zoveel mogelijk beweging nodig in de vorm van weidegang of ruime paddock met voldoende ruwvoer.

Door spieren langer te maken worden ze soepeler, rek-en strekoefeningen helpen hierbij. Voorbeelden om hier zelf mee aan de slag te gaan vind je hier: http://www.equinespirit.nl/bodywork/ Correct uitgevoerde, logische opvolgende oefeningen zorgen hier feitelijk ook voor. Ook de hoeveelheid samentrekkingen van de spieren en intensiteit waarmee getraind wordt. Bij voorkeur korte aanspanningen gevolgd door ontspanning. In de trainingsessie zelf dus ook ruimte laten voor ontspannen stappen.

Afwisseling in je training is daarbij ook erg belangrijk. Zie bijvoorbeeld: http://www.equinespirit.nl/voordelen-van-trainen-met-cavaletti-en-sprongetjes/

Rust tussen trainingen in om te herstellen, is heel belangrijk om overbelasting te voorkomen. Rust betekent niet meteen, niks doen. Op een weide beweegt een paard vaak ook niet voldoende. Beter is wandelen evt. ook op harde ondergrond, bij voorkeur naast het paard. Uiteraard is 1 dag in de week, alleen weide of een flinke poetsbeurt ook goed.

Training waarbij 2 dagen intensievere training gevolgd door dag rust of lichtere training geeft meestal een goed resultaat.

Ga altijd stap voor stap te werk! (vooral bij jonge paarden) en houdt ook rekening met met pezen en banden, deze hebben veel langer de tijd nodig om op te bouwen dan spieren. (Spieropbouw, maar ook versterken van banden en pezen duurt langer naarmate het paard ouder is). Gebruik altijd een goede warming-up en cooling down.

Spierproblemen kunnen niet alleen veroorzaakt worden door slechte training, maar kunnen ook komen door teveel krachtvoer (en de suikers en zetmeel die hier in zitten). Ook het geven van supplementen voor het vergroten van spieropbouw zonder deskundige begeleiding (bijvoorbeeld van een dierenarts of voedingsdeskundige) is geen aanrader. Wel kun je op een natuurlijke manier de spieren van je paard wat meer voeden. Door voer met een hogere mate van Essentiële aminozuren te voeren (bv Luzerne). Voer je krachtvoer, dan is het beter dit niet binnen 4-5 uur te geven voor de training of prestatie. De opname van suikers uit het voer, remt namelijk het gebruik van vetzuren en juist vetzuren zorgen voor langere prestaties. Dus beter achteraf voeren. Wel is het goed als je je paard voorziet van ruwvoer voor je gaat trainen


Spiertonus

Leer de spieren van je paard kennen door te voelen en let ook op de reactie van je paard. Een goed moment is tijdens de poetsbeurt. Een spier moet soepel maar stevig aanvoelen. Een beetje vergelijkbaar met een kipfilet. Niet echt een drilpudding, maar ook niet als beton. Door regelmatig de spieren te voelen, heb je sneller door als er wat mis is.


Biomechanica

Laten we eens vanuit de anatomie kijken naar de biomechanica, de bewegingsleer. Elk paard is van nature asymmetrisch. Je kunt het als ruiter voelen. Het is net alsof het paard de ene kant bv. rechtsom gemakkelijk loopt en linksom lastiger buigt.

Links gebogen

Deze asymmetrie komt doordat botten, spieren en banden niet symmetrisch gevormd zijn en kunnen anders aangehecht zijn, bijvoorbeeld aan de linkerkant dan aan de rechterkant van het lichaam. Dit, samen met de voorkeurshouding/natuurlijke scheefheid (meer hierover in de volgende module), zorgt ervoor dat de wervelkolom wat meer naar links of naar rechts wordt gebogen.

Het jonge of niet opgeleide paard heeft daarnaast nog niet geleerd om meer gewicht via de achterhand te dragen en stuwt met de achterbenen in plaats van dat het draagt.

Één achterbeen stuwt altijd meer dan het andere (denk zelf maar eens aan toen je als kind op een step reed. Daarbij zette je waarschijnlijk ook steeds af met hetzelfde been) en omdat de wervelkolom van het paard wat naar links of naar rechts wordt gebogen, wordt de kracht vanuit het meer stuwend achterbeen overgedragen op het voorkeurs voorbeen. Met voorkeurs voorbeen bedoel ik het voorbeen wat het paard het gemakkelijkste gebruikt. Een paard is ook links-of rechts’handig’.

Door beweging (natuurkundige wetten) verschuift het zwaartepunt tijdens beweging waardoor het paard verticaal niet in evenwicht is (hangt vooral op één schouder) en horizontaal niet in evenwicht is (helt voorover)

Meer over de natuurlijke scheefheden vind je in de volgende module.


Rechtrichten

De natuurlijke scheefheden kunnen we ‘bestrijden/oplossen’ door middel van oefeningen waarin we het paard leren zich recht te maken/balans te vinden.

Het ‘oplossen/corrigeren’ van de natuurlijke scheefheden is iets wat lang duurt en het lukt nooit om het paard 100% ‘recht’ te maken. Het rechtrichten zal altijd een belangrijk punt in de training blijven.

De 3 belangrijkste hoekstenen van het rechtrichten zijn:

• De lengtebuiging
• De voorwaarts neerwaartse hoofd-hals houding
• Het ondertreden


Lengtebuiging

Lengtebuiging is de gelijkmatige zijdelingse beweging vanaf de eerste halswervel tot aan de staartwervels (dus de hele wervelkolom). Een goede lengtebuiging is heel belangrijk om het paard goed en verantwoord te kunnen laten bewegen.

Maar doordat het paard van nature scheef is – aan de ene zijde van zijn lichaam zijn de spieren sterk, stijf en kort en aan de andere zijde juist slap, soepel en lang –  kan het paard niet meteen vanzelf een goede lengtebuiging aannemen. 

Zonder goede lengtebuiging valt het paard over zijn schouders (verticale scheefheid) en kan het zijn achterbenen niet goed onder zijn zwaartepunt brengen want daar is het paard qua spieren niet soepel genoeg voor.


De Lengtebuiging in onderdelen

Los van de spieren die misschien niet helemaal meewerken aan de juiste lengtebuiging, kunnen ook niet alle delen van het lichaam evenveel inbuigen, dit heeft te maken met het skelet en de diverse wervels van het paard.

Halswervels

De zeven halswervels zijn het meest bewegelijke onderdeel, waarbij de eerste twee halswervels (Atlas en draaier) zorgen voor de ‘stelling’ (wanneer we het hoofd naar links of rechts vragen en het paard daarbij alleen de eerste twee halswervels gebruikt, plaatselijke buiging dus)

De 3e, 4e en 5e halswervels zorgen voor de verdere buiging van de hals zodat het paard zich bijvoorbeeld ook met zijn tanden aan zijn buik kan krabben.

Borstwervels

De 17-19 borstwervels (verschilt per ras) zijn veel minder beweeglijk. De eerste 8 ribben zitten namelijk aan de bovenkant vast aan de borstwervels en aan de onderkant aan het borstbeen, hierdoor is er in dit gebied geen buiging mogelijk. De verdere wervels en ribben kunnen wel wat zijwaarts draaien, maar niet heel veel. Wordt bijvoorbeeld een buiging naar links gevraagd, dan schuiven de ribben aan de linkerkant meer tegen elkaar aan en aan de rechterkant schuiven ze wat open, waardoor er wat meer ruimte tussen ontstaat (maximaal 2 a 3 cm).

Lendenwervels

De 6 lendenwervels (uitzondering bij sommige rassen, 5) zijn wel weer beweeglijk, omdat deze wervels aan de onderkant geen verbindingen hebben en dus alleen aan de bovenkant vastzitten.

Hierdoor kan een paard bijvoorbeeld de Travers uitvoeren.

Kruiswervels

De kruiswervels (5) zijn vergroeit zijn met het heiligbeen en daardoor niet beweeglijk en dus ook niet te buigen, maar ze zijn wel belangrijk bij de verzameling omdat het de verbinding vormt met de achterbenen. Ook wordt door deze wervels de ‘schwung’ vanuit de achterhand overgebracht op de wervelkolom en kan het bekken hierdoor kantelen bij de verzameling.


Staartwervels

De 15-22 staartwervels (verschilt per ras) vormen de staartwortel en omdat deze een beweeglijk uiteinde vormen van de wervelkolom, geven de staartwervels en dus de staart aan in welke lengtebuiging het paard beweegt. Buigt het paard naar links, dan hoort de staart wat naar links te hangen en omgekeerd voor rechts.


Zichtbare lengtebuiging

De lengtebuiging die je ziet bij het paard komt dus voor een groot deel door de buiging die te zien is in de hals en in de overgang tussen de laatste borstwervels met de lendenwervels en de overgang daarvan naar de kruiswervels.


Voorwaarts-neerwaartse hoofd-hals houding

Paarden grazen of eten veel van de grond. Dit is hun natuurlijke houding.
Simpel gezegd, trekt in deze houding het gewicht van de hals en hoofd van het paard aan de rug waardoor de schoft als het ware omhoog komt en er ruimte ontstaat tussen de wervels van de wervelkolom.

Deze biomechanische werking is er ook wanneer we het paard vragen om onder de ruiter deze positie in te nemen. Dus om het paard zo lang mogelijk gezond te houden en te zorgen voor goed gebruik van o.a. de rug, is deze houding dus erg belangrijk. Dit wordt ook wel een ‘losgelaten’ of ‘ontspannen’ rug genoemd (eigenlijk niet de correcte term. Het paard heeft namelijk wel degelijk spierspanning nodig anders zou zijn hoofd op de grond vallen).


Spierketens

Spieren werken in schakels, die samen een spierketen vormen. Er is een strekketen en een buigketen. De houding van het hoofd en de hals van het paard heeft alles te maken met het gebruik van de spieren in zijn lichaam.

De strekketen bestaat uit o.a. de strekspieren van de hals, de lange rugspier (longissimus dorsi) en de heupstrekkers (de bilspieren en hamstrings).

De buigketen bestaat uit de buigspieren van de hals, de borstspieren, de buikspieren en de heupbuigers.

bron: paardenbegrijpen.nl

Daarbij is het een gegeven dat als de ene groep spieren samentrekt en verkort, de andere groep strekt en ontspant. Spieren werken dus altijd samen, nooit apart!

In de afbeelding hierboven zie je in het linker plaatje een paard dat zijn rug erg hol trekt, zijn hoofd extreem hoog draagt, zijn onderhals naar voren drukt en zijn buikspieren amper gebruikt. In het rechter plaatje zie je een paard dat zijn buikspieren goed gebruikt, en zijn rugspieren ook. Hij draagt zijn lijf met voor- en achterhand. De hals is ontspannen en het hoofd wordt op een correcte manier gedragen. Dit paard is bovendien zowel fysiek als mentaal ontspannen.

bron: boek Marion Alblas

In de het plaatje hierboven zie je heel duidelijk het effect van een gespannen versus een ontspannen bovenlijn. Er gebeurt van alles met de spieren, botten en gewrichten in beide situaties. De fysieke effecten zijn duidelijk zichtbaar. Maar als gevolg hiervan treden er ook behoorlijke mentale effecten op, ook al zijn die niet direct zichtbaar

Hieronder de effecten op het lichaam van het paard wanneer het paard zich lang maakt in de wervelkolom. Kijk eens naar de houding van de hals en het hoofd. De neus is ruim voor de loodlijn. Op deze manier ontstaat er ruimte tussen de meeste wervels van de wervelkolom. Hierdoor is de rug soepel en kan het achterbeen ook veel beter naar voren swingen en wordt de gangen ritmischer en vrijer. Het paard komt hiermee vanzelf ‘aan de teugel’.

Bron: boek Marion Alblas
bron: http://www.sustainabledressage.net/

Hierboven zie je de effecten van ‘rollkur’ oftewel ‘LDR’. De nek is extreem overstrekt wat een heftige belasting veroorzaakt op de nekwervels en de nekspieren. Ook is te zien dat de rug omhoog getrokken wordt over de schoft. Hierdoor verliest het paard zijn dynamische beweging. Het achterbeen kan niet meer voldoende naar voren en tot dragen worden gebracht en het zwaartepunt verschuift naar de voorhand. Wat schadelijk is voor de diverse gewrichten en structuren.

Door het paard te rijden met een overstrekte of holle rug, treedt er ernstige schade op aan bind- en steunweefsels.

Uitgebreide uitleg met veel afbeeldingen vind je hier: http://www.sustainabledressage.net/rollkur/behind_the_vertical.php

De voorwaarts-neerwaartse houding is dus ook een voorwaarde om het achterbeen goed naar voren te laten treden en dus voor vloeiende gangen. Je kunt dit als ruiter ook goed voelen. Doorzitten bv kun je alleen op een paard wat correct voorwaarts-neerwaarts loopt.

! Voorwaarts neerwaarts zegt trouwens dus ook niets over het tempo, maar alleen over de houding van het lichaam.

! Te diep met het hoofd en hals naar beneden lopen is schadelijk, want dat brengt het gewicht te ver naar voren en op de voorhand. Dieper als de lijn van de boeg van het paard is niet nodig. De onderhals ontspannen is het streven.


Ondertreden

Een ondertredend achterbeen is een achterbeen wat naar voren swingt onder het zwaartepunt van het paard. Uit het voorgaande heb je kunnen lezen dat dit dus biomechanisch alleen mogelijk is als het paard in een voorwaarts-neerwaartse houding loopt.

Doordat de achterbenen meer een meer in staat zijn om gewicht te dragen, kan het paard zich oprichten aan de voorkant. De beweging van de voorhand wordt vrijer en lichter omdat de voorhand ontlast wordt

De hals en het hoofd van het paard is een soort balanceerstang, die
gebruikt kan worden om gewicht te verplaatsen. Bij het verplaatsen van het gewicht naar de achterhand ‘verzamelen’ mag dit nooit door puur met de hand te vragen en het paard kort te maken in de hals. Dit is wel wat veel gebeurt, jammer genoeg door een gebrek aan kennis.

grove weergave van wat er inwendig gebeurd

De ruggengraat is de brug tussen de voorhand en de
achterhand:

• worden de gewrichten in de achterbenen gebogen, dan kan de voorhand en het hoofd op de juiste manier omhoog
• zijn de gewrichten in de achterbenen niet gebogen, dan kan de voorhand en het hoofd niet op een juiste manier omhoog.

Doordat de gewrichten in de achterbenen buigen en het paard zijn bekken
kantelt, gaan de zitbeenknobbels meer richting de grond. Door het zakken achter, wordt de halsaanzet omhoog gedrukt via de wervelkolom. Dat veroorzaakt de oprichting in de hals.

De oprichting van voren vindt zijn oorsprong dus altijd in de achterhand.


Voor een stukje begripvorming…

Alhoewel het voorgaande misschien droge stof voor je is, hoop ik toch dat je dit doorgenomen hebt en begrijpt, of nu beter begrijpt hoe een paard in elkaar zit. Wanneer je je hier verder in verdiept, kun je ook beter begrijpen waarom we oefeningen met het paard doen.


Overzicht Cursus