Basisoefening 2


Wijken voor aanraking

Zodra het paard onze aanraking (ook met allerlei materialen) accepteert, dan kun je het ook leren dat het voor je aanraking wijkt.

Dit wordt ook wel wijken voor druk genoemd. In de gehele omgang met het paard is het nodig dat het paard op gepaste wijze reageert op druk. Denk bijvoorbeeld aan het aangebonden staan, het leiden aan een halstertouw, ‘omgaan’ tijdens het poetsen, het reageren op onze kuitdruk en teugels tijdens het rijden enz. Bijna elke interactie die we met het paard hebben is gerelateerd aan het wijken voor druk.

Zo ook bijvoorbeeld het leiden van het paard. Het is feitelijk simpel, je brengt het paard van plek A naar plek B, maar het kan je veel vertellen over hoe het paard over jou denkt en je kunt er ook veel mee verbeteren en je positie als leider bevestigen. Daarom heet het waarschijnlijk ook ‘leiden‘.


Wat is het nut van deze oefening?

Deze oefening leert het paard:

  • Te wijken voor ‘druk’ die wij op het paard uitoefenen.
  • Elke keer wanneer je contact maakt met de teugel, het touw, je zit, been of het bit, maak je gebruik van druk en zou het paard op een respectvolle en willige manier moeten reageren, zonder weerstand.
  • Om te denken in plaats van instinctief te handelen. De natuurlijke reactie van het paard is om in te gaan tegen druk. Dit helpt hen om te ontsnappen wanneer een roofdier hen aanvalt of wanneer er iets in de weg staat op de route naar veiligheid.
  • Over een eventuele angstige en/of defensieve houding heen te komen en het paard te leren om te wijken voor druk. Hoe beter je paard wijkt voor druk, hoe gemakkelijker hij te hanteren is op de grond maar ook wanneer je rijdt.

2 soorten druk

1. Gelijke, fysieke druk (doormiddel van aanraking)
2. Ritmische, geen fysieke druk (zonder aanraking)

Een paard beweegt gemakkelijker weg van ritmische druk dan voor gelijke (constante) druk. Hun intentie tot vluchten maakt dat ze sneller wijken voor bijvoorbeeld een bewegend touw of wapperende handen, maar ze zullen sneller leunen tegen je been, je handen of het halster.

Daarom is de deze oefening moeilijk, maar wel heel belangrijk. Het leert het paard te wijken voor aanraking met snelheid. Om echte communicatie tot stand te brengen is wijken voor fysieke druk een hele belangrijke factor. Als het paard niet op een correcte manier is geleerd om te wijken voor druk, is de kans groot dat hij er tegenin drukt. Dit merkt je doordat het paard bijvoorbeeld aan de teugels trekt, niet ‘om’ wil en niet of nauwelijks op je been of zithulp reageert.


Belangrijke principes

Principe 1: Intentie

De intentie breng je over met een vastberaden blik. Het zorgt ervoor dat je door deze blik ook de juiste lichaamshouding en de juiste hoeveelheid ‘energie’ hebt in je lijf. Denk aan de blik en houding die je hebt wanneer je bijvoorbeeld iets zwaars moet tillen. Dat doe je meestal ook niet met een nonchalante blik en een ontspannen lijf.

Bij basisoefening 1, vertrouwen opbouwen is je blik zacht, je bent ontspannen en verwacht niets. Bij deze oefening is het beter je blik aan te passen, anders verwar je het paard. Ben in je lichaamstaal (dus ook je gezicht) zo duidelijk mogelijk!


Principe 2: Gelijke druk

Gebruik de druk geleidelijk en constant. Niet afwisselend of met tussenpozen.
Wanneer je op een respectvolle manier je paard wil laten wijken voor druk, dan begin je niet gelijk met een enorme duw, maar je begint met een zachte suggestie en je bouwt deze geleidelijk uit tot je een reactie krijgt.


Principe 3: Vier fases….. en een onmiddellijke release

Er zijn 4 fases om druk mee uit te oefenen. Fase 1 is zo licht mogelijk, fase 4 is wat nodig is om effectief te zijn. Fase 2 en 3 zitten er tussen in.

Dit helpt je om te begrijpen hoe deze fases voelen:

  • Fase 1 – Druk op de haren (ongeveer als een vlieg)
  • Fase 2 – Druk op de huid
  • Fase 3 – Druk op de spier
  • Fase 4 – Druk op het bot!

Aandachtspunten bij Fase 3

Met elke fase vergroot je dus je druk (houdt ongeveer 3 seconden aan voordat je de druk vergroot), waardoor het oncomfortabel wordt voor het paard wanneer hij niet beweegt.

! Het moment waarop het paard reageert door te bewegen, of probeert te reageren, haal je DIRECT ALLE DRUK WEG of ga je terug naar fase 1 en beloon je het paard (met stem, aaien of eventueel voedselbeloning). Het is namelijk niet de druk die leert wijken, maar het weghalen van de druk. Hierdoor weet het paard dat hij juist gereageerd heeft, wat vervolgens nog extra door jou bevestigd wordt met een beloning.

! Het momentum is erg belangrijk. Blijf niet drukken nadat het paard gereageerd heeft, want anders raakt hij ongevoelig en kost het iedere keer meer en meer druk om het gewenste effect te krijgen.

! Let erop dat je echt fase 1 gebruikt en als het moet ook echt tot fase 4 gaat. Begin je al te hard of word je nooit effectief genoeg, dan bereik je geen lichte reactie op wijken voor druk. Onder elkaar gebruiken paarden deze fases ook, maar de meeste mensen zien deze niet. Daarom worden ook zoveel mensen getrapt of gebeten…

! Ben consequent zorg er voor dat fase 4 altijd effectief is. Als jij met je hele lijf druk geeft, maar het paard gewoon blijft staan en niet reageert, dan heb je nog geen fase 4 gevonden. Zodra het paard begrijpt wat je bedoelt en het geleerd heeft dat jij consequent blijft doorgaan en bereid bent om fase 4 te gebruiken, maar het comfort en beloning krijgt als het snel reageert, zal het ook steeds sneller gaan reageren op de lichtst mogelijke druk


Oefening zonder paard

Probeer de verschillende fases van druk eens samen met iemand. Bijvoorbeeld op een arm en laat diegene vertellen hoe dit voelt.
Voel zelf hoe licht fase 1 is. Een paard kan dit ook gemakkelijk voelen, want het voelt ook als er een vlieg op de huid zit.
Voel hoe het is wanneer de druk wordt vergroot. Wordt het ongemakkelijk?


Principe 4: Aai- Druk- Aai

Wanneer je druk gaat uit oefenen op je paard, is het belangrijk om hem eerst op die plek te aaien. Wanneer je hem daarna laat wijken voor de druk en hij reageert, dan aai je hem weer op dezelfde plek. Dit is vooral belangrijk in de aanleerfase.

Je doet dit zodat je paard niet al verdedigend reageert wanneer je alleen maar je hand naar hem uitsteekt en hij al weg beweegt. Dit is ontsnappen voor je aanraking en geeft meestal aan, een gebrek aan vertrouwen en zelfs wat angst. Gevoelige paarden hebben hier sneller last van. Dit zijn ook de paarden die panieken als ze ‘te’ veel druk op het bit voelen of je ervan weerhouden om je beenhulp te gebruiken wanneer ze ook maar iets van je been voelen. Dit is niet goed en deze paarden weten dan ook niet hoe correct te reageren op fysieke druk.


Kennistestje theorie Basisoefening 2

Waarom is Basisoefening 2: wijken voor aanraking belangrijk? (Meerdere antwoorden zijn goed)
Wat zijn de 4 fasen bij deze oefeningen:
De belangrijkste principes bij deze oefening zijn: (Meerdere antwoorden zijn goed)


Aan de slag met de oefening

Hieronder een voorbeeld om deze oefening toe te passen met het gebruik van de fases en je paard zijn voorhand te laten verplaatsen

○ Fase 1: 
Ga naast het paard zijn hals staan, straal vastberadenheid uit en leg het touw over je arm (zodat het niet in de weg zit, maar je het toch snel kunt pakken) 
en leg je ene hand op de neus en je andere hand op de schouder van het paard je hebt hele lichte druk alleen op het haar.

○ Fase 2: Verhoog de druk iets op je linker en rechterhand, naar druk op de huid.

○ Fase 3: Verhoog de druk weer iets op je linker en rechterhand, naar druk op de spieren.

○ Fase 4: Wanneer het paard niet beweegt gebruik dan nog meer druk, druk op het bot als het ware. Zodra het paard weg beweegt, als is het maar een beetje –Release!!


Filmpje hoofd/hals wijken

In het onderstaand filmpje zie je het begin, alleen het draaien van het hoofd en de hals.

Fimpjes voor-en achterhand wijken

Hieronder laat ik met Noa zien hoe het eindresultaat eruit kan zien.
Draaien van de voor-en achterhand.

Nieuwe aangepaste video


Eén stap of meer en daarna meer en meer

Wanneer je begint om het paard te leren te wijken voor druk, ben dan niet te veeleisend. Vraag eerst één stap, dan twee of drie stappen. Als dit goed gaat, kun je het langzaam verder uitbreiden. Vraag dus geen vijf stappen tot twee stappen goed gaan. Op deze manier leert het paard beter te accepteren wat je wil en wordt hij ook zekerder. Bouw het verder uit, wees progressief en oefen het frequent waardoor je in een paar maanden 10, 20 of 50 stappen kunt doen. Dominantere paarden hebben meer moeite met het verplaatsen van de voorhand dan de achterhand.

aan staart achteruit vragen

Er zijn veel verschillende richtingen die je kunt oefenen met deze oefening. Zoals: achteruit (op neus, borst etc.), vooruit (aan het touw, aan het halster, aan het voorbeen), Links (voorhand en achterhand), Rechts (voorhand en achterhand), Omhoog (hoofd), Omlaag (hoofd). Ook kun je het paard vragen te wijken voor druk in verschillende gebieden van zijn lijf (bijv. op de plek waar je been zit als je rijdt).

Naast je vingers, kun je ook een ‘carrot stick’ gebruiken bij deze oefening (afhankelijk van welke onderdeel van het paard je gevoelig wil maken voor wijken voor aanraking). Vaak gaat het ook gemakkelijker met de stick dan met je vingers omdat de stick hard is en niet meegeeft blijft de druk vaak gelijker dan bij je vingers. Het is goed om dit vooral in de aanleerfase te gebruiken, want ook ben je hiermee veiliger in staat om druk uit te oefenen zonder dat je direct naast het paard staat (ivm evt. bijten, trappen).

Hieronder nog een voorbeeld van het uitoefenen van lichte druk om het hoofd van het paard omlaag en omhoog te vragen. Deze oefening is later voor het gymnastiseren erg handig. Meer hierover in de Online cursus Gymnastiseren Basis.


Filmpje hoofd 
omlaag en 
omhoog


Tegenovergestelde reflex

De tegenovergestelde reflex is een defensieve reactie van het paard wanneer deze tegen druk in duwt in plaats van ervoor wijkt. Het is belangrijk te beseffen dat dit geen ongehoorzaamheid is, het is een ‘right brained’ (angst) instinctieve reactie. Een paard wat bijt of trapt wanneer je begint met oefenen, reageert met een tegenovergestelde reflex. Het ergste wat je op dat moment kunt doen is hem hiervoor straffen of de druk verminderen of weghalen. Als je niet direct jezelf in een benarde positie brengt, blijf dan de druk opvoeren tot je een positieve reactie krijgt. Doe je dit niet, dan leer je het paard op een gevaarlijke manier te reageren op druk.

Het is belangrijk om te blijven doorzetten in de juiste positie, blijf je druk behouden in welke fase dan ook, tot het paard het uitgedacht heeft en weet hoe hij moet handelen. Op het moment dat het ongewenste gedrag stopt, haal de druk er direct vanaf en aai hem eventueel tot hij zijn lippen likt (het paard likt zijn lippen wanneer hij verandert van gedrag en gaat nadenken) en ontspant. Begin vervolgens weer bij fase 1 etc. en blijf dit herhalen tot het paard positief leert reageren en wijkt voor de druk.


Filmpje met Correza

In het onderstaande filmpje zie je mij met mijn jonge PRE (26 maanden oud) merrie Correza. Ze kent de oefeningen al een beetje, maar er zijn nog genoeg ‘wat als uitdagingsmomenten’. Dus wellicht interessant voor je om te bekijken.


Filmpje met Beau, trainingspaardje

In het onderstaande filmpje zie je nog een filmpje van het aanleerproces. Beau is stoer, maar leert snel.


Lichtheid die zich doorvertaald in het zadel

Hoe lichter en zachter je kunt zijn bij het grondwerk, hoe beter dit zich ook terug vertaald in het zadel. Je paard leert om eerst licht te reageren op de grond. Dit is de eerste stap en zorgt vervolgens ook voor een verbinding met jou vanuit het zadel. Het draait eigenlijk allemaal om het ontwikkelen van gevoel voor zowel jou als het paard. Op termijn wordt je effectiever om bepaalde zaken eerst vanaf de grond aan te leren zodat ze uiteindelijk ook duidelijk zijn als je rijdt.

Bijvoorbeeld door met oefening 2: wijken voor druk de achterhand te laten wijken. In eerste instantie raak je het paard vanaf de grond aan op zijn achterhand. Omdat je vanuit het zadel niet zover kan reiken met je been, kun je gaandeweg steeds verder naar voren het paard aanraken vanaf de grond tot dat je hem kunt laten wijken vanaf het punt waar ook je been zich bevindt wanneer je rijdt.

Wanneer we het paard nieuwe dingen aanleren, doen we dit eerst vanaf de grond en later pas vanuit het zadel, op deze manier hoeft het paard alleen zichzelf te balanceren in nieuwe oefeningen en dat is gemakkelijker dan met een ruiter op zijn rug.


Wat als… hulp bij 
uitdagingen

-je paard niet wijkt ondanks dat 
je fase 4 gebruikt

Waarschijnlijk is jouw fase 4 voor je paard nog geen fase 4. Het paard voelt je echt wel, maar ziet geen noodzaak om te reageren. Bouw de fases nog beter op en zorg dat je niet te snel gaat. Tel desnoods hardop bij het opbouwen van de druk. Geef je paard dus echt goed de mogelijkheid om te reageren. Zodra je paard reageert, beloon dan altijd. Sowieso door vooral de druk er pijlsnel vanaf te halen (alsof je je hand verbrand) en daarna door je paard te aaien, positief toe te spreken of eventueel een stukje wortel of zo te geven.

-je paard te snel wijkt en van je af beweegt.

Het tegenovergestelde van het niet reageren, is het eigenlijk te snel reageren. Het paard doet als het ware al een aanname van wat er gaat komen. Maak het niet te voorspelbaar en wissel bijvoorbeeld het wijken voor druk goed af met het aanraken, basisoefening 1. Let ook goed op je eigen houding.


Succes met deze oefening!


Overzicht Cursus