Longeren



Longeren is een hele goede manier van training en is, mits goed uitgevoerd, een complete workout. Het geeft je de gelegenheid om het paard in beweging goed te bekijken en om het paard zonder ruitergewicht te kunnen gymnastiseren.


Doel van Longeren

In alle gangen, het paard zowel links- als rechtsom gymnastiseren.

Het longeren zal het paard leren om beter zijn buik-en rugspieren te gebruiken en rechtgericht op een volte te kunnen bewegen.
Jij kunt tijdens het longeren onder andere letten op de beweging van het paard in alle gangen. Je kunt de bespiering, regelmaat, tact en fitheid bekijken, maar ook de alertheid van het paard op jouw hulpen. Bij het rijden heb je hier veel voordeel van, maar daarvoor dien je wel goed te kunnen longeren.


Wat is goed longeren?

In mijn ogen is het longeren van een paard goed wanneer het paard:

  • In de juiste lengtebuiging kan lopen waarbij het zijn binnenachterbeen onder zijn zwaartepunt plaatst;
  • Een voorwaarts neerwaartse houding aanneemt;
  • In balans en op eigen benen loopt;
  • Een echte volte kan lopen zonder deze te vergroten of te verkleinen;
  • Soepel en ontspannen beweegt zowel links- als rechtsom;
  • Een beheerst en gecontroleerd tempo kan lopen;
  • Zuivere gangen; viertakt (stap), tweetakt (draf) en drietakt (galop) kan laten zien;
  • Een ontspannen staart heeft die mee wiegt in de gangen;
  • Rustig en meewerkend oogt.

Longeren is eigenlijk niet anders dan het werk aan de hand, maar dan met meer afstand. De hulpen die je geeft blijven ook gelijk. Dat is het mooie van de opbouw in de Academische rijkunst. De rode draad blijft gelijk en door de logische volgorde van de oefeningen is er een goede voorbereiding en houd je een meewerkend paard.


Longeren van het jonge paard

Jonge paarden worden in de regel veel gelongeerd. Oftewel gecentrifugeerd, want zo noem ik het vaak als ik er naar kijk. Een paard aan een touw laten rennen terwijl het plat door de bocht vliegt als een motor is niet goed voor het lichaam van het paard. Niet voor een ouder paard, maar vooral niet voor een jong paard.

Longeren van een jong paard draagt bij aan de hele opleiding en met name is het ideaal om het paard wat meer beweging en conditie te laten opdoen dan alleen met het gymnastiseren aan de hand. Je kunt tenslotte gemakkelijker ook de draf en galop gebruiken. Ook is het goed om een paard te laten wennen aan een zadel op zijn rug en is het een goed middel om uiteindelijk te gebruiken bij het inrijden.

Begin niet eerder met longeren dan dat het paard minimaal 3 jaar oud is.


Benodigdheden

Een kaptoom: 
Door een kaptoom te gebruiken hinder je het paard niet in zijn mond en werk je heel direct via de neus in op het hoofd en de plaatsing van de kaak. De longeerlijn wordt bij het longeren bevestigt aan de middelste ring van de kaptoom en dit maakt het vragen van stelling en buiging veel begrijpelijker voor het paard dan bijvoorbeeld door te longeren met een hoofdstel en bit, waarbij het bit alleen op de onderkaak inwerkt.

Een longeerlijn:
Een soepele ingekorte katoenen longeerlijn voldoet prima. Zelf maak ik ook vaker gebruik van een leadrope (12mm, 3,5 m lang)

Een koetsierzweep:
Voordeel van een koetsierzweep is dat deze niet te lang is en lichter dan een gewone longeerzweep. Wanneer het paard verder opgeleid is, kun je ook een gewone lange dressuurzweep gebruiken.

Beenbeschermers:
Het is natuurlijk altijd een persoonlijke afweging, maar zelf gebruik ik zelden beenbescherming tijdens de training. Het gymnastiseren is er juist op gericht het paard in balans te laten bewegen en daarbij vind ik het risico op beschadiging aan de benen dermate laag dat de voordelen van beenbescherming niet opwegen tegen de nadelen. Daarbij behoort ook het aantikken, struikelen en onregelmatig bewegen, met gericht gymnastiseren van je paard, al snel niet meer van toepassing is omdat het paard een betere balans krijgt.

Volgens onderzoek loopt de temperatuur flink op tijdens (draf en galop) oefeningen met

  • Kunststof peesbeschermers
  • Bandages

Beter zou het zijn om te kijken naar lichtgewicht beschermers die flexibel zijn en zorgen voor warmtegeleiding en afvoer/minder opname van vocht en zweet. Lederen beschermers voldoen hier over het algemeen beter aan

Tips als je toch beenbescherming gebruikt:

Doe de beschermers niet te strak.

Verwijder na de training zo snel als mogelijk de beenbescherming en koel daarna eventueel het been nog extra

Stap regelmatig met het paard op verharde ondergrond, door de trillingen worden de pezen sterker.



Uitvoering

Voordat je begint aan het longeren

Is het belangrijk dat de basiscommunicatie met je paard goed is, zodat jij het paard begrijpt en het paard jou (zie Basis Grondwerkoefeningen en de Online Cursus Basiscommunicatie). 

Ook dient het paard bekend te zijn met de eerste 5 Basis Gymnastiekoefeningen. Voor uitleg over deze oefeningen zie Module 3.

○ Houdt rekening met de omgeving, bij voorkeur een rustige omgeving zodat jij en het paard niet worden afgeleid. Let ook op de bodem, deze mag niet te diep zijn.

○ Gebruik geen extra hulpmiddelen zoals een pessoateugel of bijzetteugel, maar bij voorkeur een (academisch)kaptoom en goede longelijn.

○ Bevestig de longe aan de middelste ring van de kaptoom.

○ In je leidhand houd je de longe vast en in je andere hand, het overschot van de longelijn en de zweep (dit is je drijvende hand).

Zodoende kun je altijd goed het paard voelen en dus ook het nageven voelen, omdat je verder niet de hele lijn in je leidhand hoeft te houden én op deze manier kun je ook gemakkelijk de longe geven of laten vieren als je paard eens zou schrikken of in een jolige bui is.

○ Loop eerst een correcte volte naast het paard. Vervolgens ga je de Volte vergroten.  Je drijft dus als het ware het paard van je af.

○ Maak de afstand in het begin tussen jou en het paard zeker niet te groot. Probeer eerst eens met 1 meter tussen jou en het paard. Blijf goed kijken en voelen via de longe of je paard de Lengtebuiging, Voor-neerwaarts en het Ondertreden kan vasthouden.

○ Verliest je paard de balans let er dan op of je zelf niet toch van je volte-lijn bent af gelopen. Want zodra jij van je lijn afwijkt, duw je het paard naar buiten of krijgt het paard gelegenheid om naar binnen te komen.

○ Door middel van de zweephulpen kun je het paard ondersteunen. De zweep is onmisbaar als hulpmiddel bij het longeren. Met de zweep wijzen op de singelplek zorgt ervoor dat het paard zich buigt om je denkbeeldige binnenbeen. 

○ De zweep kan een drijvende, remmende of actie-versterkende hulp betekenen (meer info hieronder). Ook kun je de zweep gebruiken om de voor – en achterhand van het paard te verzetten, naar binnen of naar buiten. Je kunt de zweep optisch gebruiken, met kalme druk of er korte, snelle ‘zwiepen’ mee maken.

○ Mocht je paard versnellen zodra je de zweep bij het longeren gebruikt, dan kun je hier aan werken en het paard laten wennen aan het feit dat de zweep geen strafmiddel is, maar een hulpmiddel.

○ Met de longe in je hand heb je verbinding met het paard en voel je of het paard nageeft of zich wat verzet. Vraag het paard om na te geven door je hand te sluiten en wat weerstand te geven met de longe  – als het goed is geeft het paard hierop na – dan open je je hand weer – het paard zoekt de hand.

○ Door je leidhand met de longe laag te houden kun je het paard nog wat meer vragen om het hoofd en de hals voorwaarts neerwaarts te laten zakken en nodig je het paard ook uit om voorwaarts te gaan.

○ Door je leidhand met de longe hoog te houden werkt remmend en kan gebruikt worden om het hoofd omhoog te vragen en kan gebruikt worden om in combinatie met de hulpen voor volte vergroten het paard van de binnenschouder af te vragen.

○ Door je eigen lichaam in te draaien (denk in de vorm van afwenden) en met de longe in je hand te wijzen naar een plek verder vooruit op de volte, kun je ervoor zorgen dat je paard van de buitenschouder af komt en meer een volte loopt (volte verkleinen)

○ Een aantal rondjes is in het begin voor één sessie voldoende, de keren daarna; 3-5 rondjes etc.

○ Neem genoegen met kleine verbeteringen en beloon het paard veel. Dit werkt motiverend en zorgt ervoor dat het paard het longeren prettig gaat vinden.

Het bovenstaande is slechts één korte beschrijving om het paard dit aan te leren. Daarnaast is ieder paard anders en kan andere hulpen nodig hebben, de kunst is om altijd goed te blijven kijken naar wat ieder individueel paard nodig heeft


Belangrijke Aandachtspunten

Houding en positie
Jouw houding en positie op de cirkel is erg belangrijk. Je houding dient altijd ontspannen en zelfverzekerd te zijn. Daarnaast kun je jezelf groot maken, bijvoorbeeld als je het paard van je af wil drijven. Door je armen wat wijder uit elkaar te houden en je schouders naar achteren te brengen en met meer energie te lopen.

Of jezelf klein maken door je armen juist bij je lichaam te houden en je schouders wat naar voren en langzaam te bewegen.

Daarnaast kun je meer in de ‘voorcirkel’ bewegen (1), je remt hiermee het paard af. Of je kunt meer in de ‘achtercirkel’ bewegen (3) , je drijft hiermee het paard vooruit. Dit kan vooral heel handig zijn wanneer het paard leert wennen aan het longeren. Zodra het mogelijk is kun je meer in het midden bewegen (2). Zie onderstaand plaatje

Blijf zelf vooruit meebewegen
Blijf tijdens het longeren zelf altijd vooruit mee bewegen met het paard. Dus met je buik naar voren met het paard mee. Doe je dit niet en loop je bijvoorbeeld naar achteren, dan valt het paard naar binnen. Blijf zelf ook altijd op een volte mee bewegen, zodra jij van je lijn afwijkt, duw je als het ware met jou lichaamstaal het paard ook met de schouders of met de achterhand van de volte af.

Langzaam meer afstand
Na een tijdje kun je meer en meer afstand nemen terwijl je paard netjes in de gewenste richting en tempo blijft lopen en kun je ook eventueel draven.
Galopperen is voor veel paarden erg lastig. Door de gesprongen gang verliezen ze gauw de balans. Het is beter hiermee te wachten tot het paard een nette stap en draf aan de longe kan laten zien.

Opbouw en variatie
Longeer niet te vaak. 1x in de week is meer dan genoeg en voer het tempo niet op (vooral niet op kleine voltes) wanneer je paard niet in balans en dus steeds naar buiten kijkt of scheef hangt. Dit is namelijk erg slecht voor het lichaam en kan diverse problemen veroorzaken.

Variatie is daarnaast het sleutelwoord! Eindeloze rondjes zijn saai. Maak dus genoeg overgangen, ook in de gangen zelf. Uiteindelijk kun je ook balken, cavaletti en sprongetjes gebruiken om nog meer te kunnen trainen, ook spiertechnisch.


Tip! Luister naar het neerkomen van de hoeven. Hoor je dit heel duidelijk, dan loopt het paard niet lichtvoetig en is het nog niet echt in balans


Filmpjes

In dit filmpje laat ik zien hoe je start met longeren en het paard van je af drijft de volte op en hoe je het paard kunt laten halthouden tijdens het longeren.

Dit onderstaande filmpje is al een wat ouder en qua tijdsduur langer filmpje van mij met Noa. In dit filmpje zie je alle 3 de gangen aan de longe.


En nog een kort filmpje van mij en Noa waarbij we in vrijheid longeren.



Succes met longeren!

Overzicht Cursus