Aan de slag met de oefening


Filmpje Travers

Hieronder zie je mij met Noa het eindresultaat van de oefening uitvoeren vanuit de voor-positie.



Filmpje Travers
aanleerfase

Hieronder zie je mij met Noa de aanleerfase van het naar binnen brengen van de achterhand uitvoeren.

Let wel ook dit kan Noa uiteraard al goed. Wanneer een paard dit voor de eerste keer doet is een minimale beweging van de achterhand naar binnen al goed.



Filmpje Travers

aanleerfase met Winja

Hieronder zie je mij in het filmpje met Winja, de Haflinger merrie van een student. Ik oefen met Winja de zweephulp voor het naar binnen vragen van de achterhand. Ik gebruik hiervoor een boogzweep (wat langere zweep ook wel koetsierszweep genoemd).


Uitvoering 

Aanleerfase achterhand naar binnen brengen op aanwijzing van de zweep.

Bij deze oefening brengen we de achterhand wat naar binnen op aanwijzing van de zweep, (zoals in de filmpjes die je net bekeken hebt), maar we moeten het paard eerst leren hoe we dat precies bedoelen. Hieronder beschrijf ik hoe je dat kunt doen.

○ Voordat je het paard iets vraagt, moet je zelf eerst een goed plaatje in je hoofd hebben van hoe oefening eruit ziet en hoe je deze wil gaan uitvoeren. Als het voor jou duidelijk is, dan kun je het ook beter overbrengen op je paard.

○ Er bestaan meerdere manieren om deze oefening aan te leren. De manier die ik hieronder ga beschrijven is het gemakkelijkste om later mee verder te gaan en vanuit meerdere posities naast het paard te gebruiken

○ Zet het paard op de hoefslag en ga schuin voor het paard staan. Voor het gemak gaan we er even vanuit dat je het paard met zijn de rechterkant tegen de wand zet (dus linksom zoals in het filmpje met Winja).

○ In je buitenhand houd je de teugel vlak bij de middelste ring van de kaptoom vast en in je binnenhand (rechterhand) houd je de zweep vast. Let op gebruik hiervoor een langere (boogzweep) anders sta je te dicht bij het paard.

○ Tik nu zachtjes met de boogzweep op de zijkant van de bil van het buitenachterbeen van het paard. Hiermee zeg je als het ware, kom maar met je hele achterhand naar binnen en naar me toe. Je blijft zelf aan de binnenkant van het paard staan dus je moet over het paard (diagonaal) heen reiken met de zweep (zie plaatje hieronder).

linksom
rechtsom

○ In het begin zal het paard waarschijnlijk denken dat hij vooruit moet gaan, probeer dit te voorkomen door met je hand met de teugel een ophouding te geven.

○ Het enige wat we van het paard in deze fase vragen, is dat het reageert op de zweep en de achterhand iets naar binnen zet, zodra dit gebeurt, ook als is het maar minimaal, stop en beloon het paard. Na een tijd oefenen zal het een stap zijn en daarna nog een, maar dat heeft tijd nodig.

○ Herhaal dit in eerste instantie in stilstand tot je paard begrijpt dat het zijn achterhand wat naar binnen moet brengen, wanneer je met de zweep over hem heen reikt naar zijn buitenachterbeen.

○ Oefen allebei de zijdes, dus zowel links- als rechtsom en doe de oefening vooral in het begin niet te lang.

○ Beloon het paard bij iedere goede poging!



Uitvoering Travers

De gehele oefening in beweging. De oefening voeren we wederom uit met één teugel, bevestigd aan de middelste ring van de kaptoom en vanuit de voor-positie.

○ Begrijpt je paard de zweephulp, dan kun je de oefening in beweging gaan uitvoeren. (In eerste instantie vooral op de hoefslag zodat het paard steun heeft van de wand. In een veel later stadium op steeds meer afstand van de wand om te checken of het paard op eigen benen in balans de oefening kan uitvoeren).

○ Maak een kleine volte waarbij je in de voorpositie loopt.

○ Ga door middel van het vergroten van de volte richting de hoefslag, daar bijna aangekomen hef je de zweep omhoog en vraag je met de zweephulp de achterhand iets naar binnen. Probeer zoveel mogelijk de plek te gebruiken op de zijkant van de lendenen.

○ Blijft het paard ook maar enigszins in de juiste vorm met zijn achterhand wat naar binnen, stop dan meteen en beloon het paard. Laat het paard in deze houding staan.

○ Probeer vervolgens vanuit deze positie met de zweephulp het paard opnieuw een stap naar voren te vragen, waarbij het de bedoeling is dat de achterhand iets naar binnen blijft bewegen.

○ Let erop dat je niet per ongeluk met je teugelhand het paard vraagt in de hals te buigen. Het paard kan namelijk niet in zijn lendenen buigen én in zijn hals.

○ Met halve ophoudingen zorg je ervoor dat de balans goed blijft en deze zet je in als je paard bijvoorbeeld te veel gaat stuwen en vooruit weg wil lopen.

○ De hulpen blijf je herhalen en zodra het paard goed reageert en in de vorm blijft, al is het maar één of twee stappen dan beloon je het paard en stop je (op de hoefslag) met de hulpen. Valt het paard dan weer uit de vorm dan geef je weer de gewenste hulp. Let er op dat je het paard ook eigen verantwoordelijkheid geeft en dat je geen hulpen geeft als het niet hoeft. Neem in het begin iedere keer genoegen met een paar stappen en vraag het paard daarna weer gewoon rechtuit.

○ Wissel links- en rechtsom genoeg om en doe de oefening vooral in het begin niet te lang want dit kan spierpijn veroorzaken.

○ Het is vooral je lichaamshouding waarop je je paard wil trainen. Door de zweephulp in te zetten als je denkbeeldige hengel waarmee je de achterhand naar je toe hengelt, neem je automatisch de juiste houding aan en krijgt je paard ruimte en zal het begrijpen dat het naar je toe kan bewegen.

○ Na een aantal weken oefenen zul je bij je paard al verschil merken, de kracht in de achterhand neemt toe. Het is dus zeker de moeite waard om deze oefening te doen.

Het bovenstaande is slechts één korte beschrijving om het paard dit aan te leren. Is het beter bevestigd dan kunnen we ook meer gebruik maken van de lichaam- en zweephulpen. Daarnaast is ieder paard anders en kan andere hulpen nodig hebben, de kunst is om altijd goed te blijven kijken naar wat ieder individueel paard nodig heeft.



Aandachtspunten

! Of je paard nu op 3 sporen of op 4 sporen loopt is eigenlijk niet zo belangrijk. Het belangrijkste is dat je paard goed in balans kan bewegen en met het buitenachterbeen onder het zwaartepunt kan stappen.

! De oren van het paard moeten steeds het hoogste punt zijn, anders wordt de wervelkolom teveel in elkaar gedrukt.

! Je paard kijkt recht vooruit, maar moet uiteraard wel lengtebuiging houden, steeds nageeflijk zijn en licht aanvoelen in de hand.

! De ene zijde zal uiteraard gemakkelijker gaan als de andere. Blijf niet hangen in gemakkelijk, maar oefen de moeilijkere zijde wat extra, maar niet langer. Liever juist korter en stop op het hoogtepunt.

! Travers los van de wand is je uiteindelijke doel (zie afb. hieronder)



Succes met deze oefening!



Wil je aan de slag met meer oefeningen uit deze en de andere cursussen?

Word lid!

HJHJHJ

Home