Basis oefening 2 – Wijken voor fysieke druk

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Porcupine-g-e1423500626802.jpg

Wijken voor aanraking

Zodra het paard onze aanraking (ook met allerlei materialen) accepteert, dan kun je het ook leren dat het voor je aanraking wijkt.

Dit wordt ook wel wijken voor druk genoemd. In de gehele omgang met het paard is het nodig dat het paard op gepaste wijze reageert op druk. Denk bijvoorbeeld aan het aangebonden staan, het leiden aan een halstertouw, ‘omgaan’ tijdens het poetsen, het reageren op onze kuitdruk en teugels tijdens het rijden enz. Bijna elke interactie die we met het paard hebben is gerelateerd aan het wijken voor druk.

Zo ook bijvoorbeeld het leiden van het paard. Het is feitelijk simpel, je brengt het paard van plek A naar plek B, maar het kan je veel vertellen over hoe het paard over jou denkt en je kunt er ook veel mee verbeteren en je positie als leider bevestigen. Daarom heet het waarschijnlijk ook ‘leiden‘.



Wat is het nut van deze oefening?

Deze oefening leert het paard:

-Te wijken voor ‘druk’ die wij op het paard uitoefenen.

-Elke keer wanneer je contact maakt met de teugel, het touw, je zit, been of het bit, maak je gebruik van druk en zou het paard op een respectvolle en willige manier moeten reageren, zonder weerstand.

-Om te denken in plaats van instinctief te handelen. De natuurlijke reactie van het paard is om in te gaan tegen druk. Dit helpt hen om te ontsnappen wanneer een roofdier hen aanvalt of wanneer er iets in de weg staat op de route naar veiligheid.

-Over een eventuele angstige en/of defensieve houding heen te komen en het paard te leren om te wijken voor druk. Hoe beter je paard wijkt voor druk, hoe gemakkelijker hij te hanteren is op de grond maar ook wanneer je rijdt.


2 soorten druk

1. Gelijke, fysieke druk (doormiddel van aanraking)
2. Ritmische, geen fysieke druk (zonder aanraking)


Een paard beweegt gemakkelijker weg van ritmische druk dan voor gelijke (constante) druk. Hun intentie tot vluchten maakt dat ze sneller wijken voor bijvoorbeeld een bewegend touw of wapperende handen, maar ze zullen sneller leunen tegen je been, je handen of het halster.

Daarom is de deze oefening moeilijk, maar wel heel belangrijk. Het leert het paard te wijken voor aanraking met snelheid. Om echte communicatie tot stand te brengen is wijken voor fysieke druk een hele belangrijke factor. Als het paard niet op een correcte manier is geleerd om te wijken voor druk, is de kans groot dat hij er tegenin drukt. Dit merkt je doordat het paard bijvoorbeeld aan de teugels trekt, niet ‘om’ wil en niet of nauwelijks op je been of zithulp reageert.



Belangrijke principes

Principe 1: Intentie

De intentie breng je over met een vastberaden blik. Het zorgt ervoor dat je door deze blik ook de juiste lichaamshouding en de juiste hoeveelheid ‘energie’ hebt in je lijf. Denk aan de blik en houding die je hebt wanneer je bijvoorbeeld iets zwaars moet tillen. Dat doe je meestal ook niet met een nonchalante blik en een ontspannen lijf.

Bij basisoefening 1, vertrouwen opbouwen is je blik zacht, je bent ontspannen en verwacht niets. Bij deze oefening is het beter je blik aan te passen, anders verwar je het paard. Ben in je lichaamstaal (dus ook je gezicht) zo duidelijk mogelijk!


Principe 2: Gelijke druk

Gebruik de druk geleidelijk en constant. Niet afwisselend of met tussenpozen.
Wanneer je op een respectvolle manier je paard wil laten wijken voor druk, dan begin je niet gelijk met een enorme duw, maar je begint met een zachte suggestie en je bouwt deze geleidelijk uit tot je een reactie krijgt.


Principe 3: Vier fases….. en een onmiddellijke release

Er zijn 4 fases om druk mee uit te oefenen. Fase 1 is zo licht mogelijk, fase 4 is wat nodig is om effectief te zijn. Fase 2 en 3 zitten er tussen in.

Dit helpt je om te begrijpen hoe deze fases voelen:

-Fase 1 – Druk op de haren (ongeveer als een vlieg)

-Fase 2 – Druk op de huid

-Fase 3 – Druk op de spier

-Fase 4 – Druk op het bot!


Aandachtspunten bij Fase 3

Met elke fase vergroot je dus je druk (houdt ongeveer 3 seconden aan voordat je de druk vergroot), waardoor het oncomfortabel wordt voor het paard wanneer hij niet beweegt.

! Het moment waarop het paard reageert door te bewegen, of probeert te reageren, haal je DIRECT ALLE DRUK WEG of ga je terug naar fase 1 en beloon je het paard (met stem, aaien of eventueel voedselbeloning). Het is namelijk niet de druk die leert wijken, maar het weghalen van de druk. Hierdoor weet het paard dat hij juist gereageerd heeft, wat vervolgens nog extra door jou bevestigd wordt met een beloning.

! Het momentum is erg belangrijk. Blijf niet drukken nadat het paard gereageerd heeft, want anders raakt hij ongevoelig en kost het iedere keer meer en meer druk om het gewenste effect te krijgen.

! Let erop dat je echt fase 1 gebruikt en als het moet ook echt tot fase 4 gaat. Begin je al te hard of word je nooit effectief genoeg, dan bereik je geen lichte reactie op wijken voor druk. Onder elkaar gebruiken paarden deze fases ook, maar de meeste mensen zien deze niet. Daarom worden ook zoveel mensen getrapt of gebeten…

! Ben consequent zorg er voor dat fase 4 altijd effectief is. Als jij met je hele lijf druk geeft, maar het paard gewoon blijft staan en niet reageert, dan heb je nog geen fase 4 gevonden. Zodra het paard begrijpt wat je bedoelt en het geleerd heeft dat jij consequent blijft doorgaan en bereid bent om fase 4 te gebruiken, maar het comfort en beloning krijgt als het snel reageert, zal het ook steeds sneller gaan reageren op de lichtst mogelijke druk


Oefening zonder paard

Probeer de verschillende fases van druk eens samen met iemand. Bijvoorbeeld op een arm en laat diegene vertellen hoe dit voelt.
Voel zelf hoe licht fase 1 is. Een paard kan dit ook gemakkelijk voelen, want het voelt ook als er een vlieg op de huid zit.
Voel hoe het is wanneer de druk wordt vergroot. Wordt het ongemakkelijk?


Principe 4: Aai- Druk- Aai

Wanneer je druk gaat uit oefenen op je paard, is het belangrijk om hem eerst op die plek te aaien. Wanneer je hem daarna laat wijken voor de druk en hij reageert, dan aai je hem weer op dezelfde plek. Dit is vooral belangrijk in de aanleerfase.

Je doet dit zodat je paard niet al verdedigend reageert wanneer je alleen maar je hand naar hem uitsteekt en hij al weg beweegt. Dit is ontsnappen voor je aanraking en geeft meestal aan, een gebrek aan vertrouwen en zelfs wat angst. Gevoelige paarden hebben hier sneller last van. Dit zijn ook de paarden die panieken als ze ‘te’ veel druk op het bit voelen of je ervan weerhouden om je beenhulp te gebruiken wanneer ze ook maar iets van je been voelen. Dit is niet goed en deze paarden weten dan ook niet hoe correct te reageren op fysieke druk.



Laten we de oefening in de praktijk gaan bekijken.

Bekijk de VOLGENDE VOORBEELDLES

Of klik op het menu (bovenaan) voor het overzicht van de cursus