Oefening 8 – Travers



Voorwaarden

Voordat je begint met deze oefening is het handig als je paard de voorgaande oefening uit deze cursus, 7, Schouderbinnenwaarts ook kan. Als dit bevestigd is voor ongeveer 75%, kun je dus verder met deze oefening.



Doel van de oefening

Travers is de tweede ‘sleutel’ voor natuurlijke verzameling van het paard. Biomechanisch zorgt het direct voor meer oprichting doordat de achterbenen meer gewicht gaan overnemen. Bij de oefening schouderbinnenwaarts vragen we het paard o.a. meer gewicht op het binnenachterbeen op te nemen. Bij Travers spreken we het buitenachterbeen aan.

Travers van bovenaf gezien


Waar zorgt de oefening voor:

– Travers zorgt ervoor dat de achterbenen gelijkmatig leren om de achterhand te dragen en vooruit te stuwen. Doordat de achterbenen meer gewicht moeten gaan dragen worden de spieren sterker, net als bij gewichtheffen.

– De schouders van het paard kunnen vrijer bewegen. Dit komt omdat het paard in deze oefening het buitenachterbeen meer onder het zwaartepunt leert zetten, waardoor dit buitenachterbeen meer gewicht opneemt en dus beter draagt. Door dit effect worden de schouders meer gelift en is met name het binnenvoorbeen meer ontlast en kan dit vrijer bewegen.

– Ieder paard heeft verschil in het gebruik van zijn benen. Het ene achterbeen is stijver dan het andere en het ene voorbeen wordt meer belast dan het andere. Travers zorgt ervoor dat het paard soepeler wordt in het gebruik van het stijve achterbeen en ook het meest belaste voorbeen, meer schoudervrijheid krijgt en minder belast wordt.

– Kent het paard deze oefening eenmaal, dan zijn de vervolgoefeningen zoals Renvers, Appuyement (half pass) vrij gemakkelijk aan te leren omdat het lichaam hierbij feitelijk dezelfde vorm aanneemt.



Laten we de oefening in de praktijk gaan bekijken.


Bekijk de VOLGENDE VOORBEELDLES
Of klik op het menu (bovenaan) voor het overzicht van de cursus