Stap 2 Inschatting ruwvoer

2.1. Wat voor ruwvoer krijgt je paard?
Een heel groot gedeelte van het dieet van je paard wordt gevormd door ruwvoer. Een paard is een herbivoor en eet ruwvoer. Ruwvoer zijn voeders die bestaan uit vezels. Deze vezels kan het paard uitermate efficiƫnt omzetten.

Feitelijk is het pas ruwvoer als het stimuleert tot kauwen. Bij 2,5 cm vezellengte wordt het kauwen gestimuleerd. Daaronder dus niet! Gras-en luzernebrok zijn dus bijvoorbeeld geen ruwvoer omdat ze door de compacte vorm niet stimuleren tot kauwen.

De meest voorkomende vormen van ruwvoer welke aan paarden worden gevoerd zijn:
– kuil
– hooi
– gras


Kuilvoer is er vaak in ‘voordroogkuil’en in ‘haylage’.
Waarbij ‘kuil’ vaak nog veel vocht bevat en eerder zuurder is ph <5 en voor paarden minder geschikt is omdat het niet zoveel structuur bevat.

Haylage is ingepakt hooi of hele droge kuil en dus minder vochtig en minder zuur. Let wel op voor schimmelvorming. De verpakking van de haylage is erg belangrijk. Als deze beschadigd is, is het hooi waarschijnlijk beschimmeld. Een voordeel van haylage of kuil is wel dat er minder stof in zit als in hooi.

Hooi is gedroogd gras. het heeft een droge stofgehalte van ongeveer 80-85% (ook wel DS genoemd. Voer bestaat uit droge stof en water. Droge stof is die fractie van het voer zonder water ). Ook bij hooi dien je te letten op schimmel en broei. Je ruikt het vaak al en ook als je het uit elkaar kun je witte soort stof zien.

Gras is een ruwvoer wat veel paarden ook eten. Het is in feite de meest natuurlijke variant van ruwvoer die een paard kan eten. Er zit over het algemeen vrij veel energie en eiwit, maar ook mineralen en vitaminen in gras en met goed weidebeheer en management kun je dit goed gebruiken voor de voeding van je paard. Wel is het belangrijk om een aantal zaken te monitoren. Gras korter dan 5 cm is eigenlijk niet geschikt om te laten grazen. Het risico op bijvoorbeeld zandinname en vernieling van de grasmat is groot.

Ook bestaan er diverse soorten gras. Waarbij het ene soort gras beter geschikt is dan andere soorten. Bij voorkeur gebruik je soorten met een lage suikerproductie, groeisnelheid die gemiddeld is en bestand zijn tegen betreding. Je kunt een professioneel advies inwinnen zodat je goed gras voor je paarden kunt hebben.

Het is goed om in te schatten wat voor ruwvoer je paard krijgt. Dit is belangrijk om te weten om dat je op die manier ook weet wat de voedingstoffen zijn die in het ruwvoer zitten. Krijgt je paard bijvoorbeeld haylage dan is het droge stof gehalte anders dan dat van hooi en kunnen ook de voedingsstoffen anders zijn.


2.2. Hoeveel ruwvoer krijgt je paard?
Meten is weten. Neem die kofferweegschaal mee naar stal en meet bijvoorbeeld het aantal kilo’s hooi of haylage die je paard krijgt.

bol.com | Digitale kofferweegschaal tot 50KG - Grijs ...

Een minimale hoeveelheid droge stof van 1,25 – 1,5 kg is nodig per 100 kg lichaamsgewicht. Weegt je paard bijvoorbeeld 500 kg. Geef je paard dan nooit minder dan bijvoorbeeld 7,5 kilo hooi (er zit ook vocht in hooi en kuil, houd hier daarom ook rekening mee) per dag.

Als je paard ook op de weide staat en gras eet, dan is het iets lastiger bepalen hoeveel kilo’s je paard daarvan eet. Als gemiddelde wordt aangehouden 0,16 kg DS/100 kilo lichaamsgewicht per uur (Neijenhuis et al., rapport 289 WUR 2012). Kanttekening is wel dat er voldoende gras moet staan en het paard lang genoeg op de wei staat. Staat je paard namelijk maar kort, laat zeggen 3 uur op de wei, dan eet het vaak meer gras in die 3 uur. Wanneer een paard van 600 kilo 15 uur kan grazen, dan zou het twee keer zoveel eten, dan dat het nodig heeft. Je kunt je dus voorstellen dat paarden behoorlijk dik kunnen worden van gras.


2.2. Welk type ruwvoer is het meest geschikt voor je paard
Afhankelijk van het individuele paard en zijn behoefte is de ene vorm van ruwvoer veel geschikter dan de andere. Voor sobere rassen die niet getraind wordt is de hele dag op een weide staan met voldoende gras dus niet aan te bevelen. Voor recreatiepaarden bijvoorbeeld (daar valt je paard al snel onder als het niet zwaar getraind wordt, hoewel veel mensen denken dat hun training voor het paard zwaar is) gebruik je het beste grofstengelig hooi of kuil en ouder gras (dus weidegang tussen mei of eind mei en september/oktober) waarbij je de hoeveelheid beperkt. Heb je een fokmerrie dan is de behoefte uiteraard weer anders.


2.3. Analyse van het ruwvoer
Wanneer is je ruwvoer goed van kwaliteit?
– Achterhaal waar het vandaan komt en hoe de opslag is. Dat geeft je misschien ook informatie over hoe oud het hooi is. Het beste geef je hooi van hetzelfde jaar als het geoogst is.
– Kijk of er bloeiwijzen in zitten (bloesem van gras) en of er veel blad of stengels in zitten.
– Wanneer je het hooi samenknijpt in je hand en het erg prikt, zitten er veel stengels in het gras en weinig blad en is het gras dus ver doorgegroeid en grover van structuur = grof hooi
– Ruik ook aan het hooi. Ruikt het muf of zurig dan is het waarschijnlijk niet zo goed van kwaliteit.

De hoeveelheid suiker en eiwit in het ruwvoer is lastig om zonder analyse in te schatten. Hooi van natuurweiden kan bijvoorbeeld veel suiker bevatten en weinig eiwit omdat het niet frequent bemest wordt. Daarom kun je het beste een analyse laten maken van je ruwvoer. Pavo quick scan is een optie. Daarmee krijg je een rapport met de hoeveelheid energie, suiker en eiwit uit het hooi. Dumea is ook een bedrijf wat ruwvoeranalyses uitvoer. Hiermee krijg je ook inzicht in een aantal andere waarden uit het hooi/kuil. De analyse van je ruwvoer kun je vervolgens gebruiken voor bijvoorbeeld een rantsoenberekening. Zo weet je steeds beter wat je paard binnen krijgt (of niet binnen krijgt).



In de volgende les, stap 3: management van je paard