Stap 3 Management van je paard

3.1. Basisregels voeren
In de vorige les heb je al kunnen lezen dat het belangrijk is om te weten wat je voert en dat je paard een minimale hoeveelheid aan ruwvoer nodig heeft.

Er zijn nog een aantal belangrijke basisregels:

– ! Zorg ervoor dat je paard nooit langer dan 6 uur zonder ruwvoer staat. Het paard maakt continue maagzuur aan. Wanneer er te lang geen maaginhoud is, tast dit zuur de maagwand aan en dit veroorzaakt maagzweren. Ook heeft je paard voedsel nodig voor de speekselproductie. Van nature weet een paard dat het frequent voedsel nodig heeft. Door je paard bijvoorbeeld via hooinetten langzamer en frequenter ruwvoer te geven, voorkom je verveling en frustratie en voorkom je luchtzuigen, weven etc. Mijn eigen paarden hebben ook stro (dit is ook ruwvoer) ter beschikking en dit zorgt voor een midnight snack.

– ! Geef maximaal 2 kg (voor pony’s 1 kg) krachtvoer per voerbeurt
Paarden hebben een kleine maag (en voor een goede dunne darmverwerking) en kunnen daardoor geen grote portie krachtvoer ineens verwerken.

-! Geef ook nooit meer krachtvoer dan ruwvoer. Er zijn mensen die hun paard liever minder ruwvoer geven omdat ze daar een dikke buik van krijgen. Weet dat dit dus echt problemen kan geven. Het is niet voor niets dat 90% van de renpaarden maagzweren heeft.

-! Beter geef je het paard eerst wat ruwvoer (half uur) voor het krachtvoer krijgt.

-! Beter wacht je tot 2 uur na het voeren van krachtvoer met je trainingssessie. Dit is beter voor de kans op koliek én de opname van zetmeel en suikers.

-! Voerovergangen geleidelijk doorvoeren is het beste. Zo kan de darmflora er langzaam aan wennen. Let ook op met weidegang. Spreid dit uit over minimaal twee weken en bouw de duur langzaam op.

Geen dikke buik, maar krijgt dit paard voldoende ruwvoer?


3.2 Wanneer wordt er gevoerd en hoeveel?
Vanuit de hier boven beschreven voerregels is het goed om na te gaan hoe het schema er voor jou paard uit ziet. Wanneer krijgt het ruwvoer, wanneer eventueel krachtvoer en wat zijn de hoeveelheden? Ga ook na of je paard niet te lang zonder voer staat.

Het ruwvoer kun je het beste in kleinere porties verdelen over de dag. Doe het bijvoorbeeld in een hooinet. Voor het verminderen van de grasopname kun je eventueel een graasmasker gebruiken.

3.2 Opslag en controle
Goed ruwvoer hebben is één, goed ruwvoer houden is twee. Gebruik je verpakt hooi of voordroog. Let er dan op dat het plastic niet scheurt of beschadigd. Houd stapels van een grondstuk bij elkaar zo kun je ook zorgen voor een betere voerovergang (meng het bijvoorbeeld 5 dagen geleidelijk). Zorg dat je hooi goed droog opslaat en het niet muf of schimmelig wordt.

3.3. Huisvesting in relatie met voeding
In de cursus Basis Communicatie heb je al best wat info kunnen lezen over de natuurlijke behoefte van paarden en ook in de eerste les heb je meer kunnen lezen over de natuurlijke voedingsbehoefte. Voor paarden is de voeropname hun voornaamste dagelijkse bezigheid.

Beweging zorgt voor een goede darmwerking. Volledig op stal geeft 3x meer kans op koliek (bron: durham 2009). Soortgenoten zien tijdens het eten zorgt voor minder stress en rustiger eten.

Vroeger was ‘op stal’ voor paarden heel normaal. Het paard werkte vaak ook een groot gedeelte van de dag en kwam daardoor wel aan beweging. Tegenwoordig staan gelukkig steeds minder paarden op stal.

3.4 Weidegang


In de wei staan heeft vele voordelen, maar ook nadelen.

Voordelen:
– zorgt voor ontspanning
– voedingsstoffen
– vezels ->ruwvoer
– zorgt voor beweging

Nadelen:
– te veel voedingstoffen. Kans op obesitas, koliek, hoefbevangenheid etc.
– zandopname

Houdt rekening met het volgende bij weidegang:

– kies het juiste gras (als dat mogelijk is)
– onderhoud het gras. Laat het niet te kort afgrazen, zorg voor passende bemesting en haal de mest van de paarden er zo vaak als mogelijk vanaf
– wacht in het voorjaar en zet de paarden niet te vroeg al op het gras (vanaf midden mei is het vaak pas een geschikte tijd)
– geef bij voorkeur niet de hele dag weidegang (7 uur gras eten is al voldoende energie voor de hele dag als je paard niet heel hard moet werken) of gebruik een graasmasker
– pas de ruwvoer behoefte op stal aan als het paard overdag op de weide staat.

In de volgende les, stap 4: heeft je paard iets extra’s nodig?