Aan de slag met de oefening Copy

Les Voortgang
0% voltooid


Filmpje Volte



Uitvoering

De oefening voeren we uit met de longeerlijn of teugel waarbij deze bevestigd wordt aan de middelste ring van de kaptoom.

○ Je start eerst in stilstand met Oefening 2 het hoofd naar onder vragen en Oefening 3 Stelling en buiging in stilstand zoals in de vorige lessen beschreven.

○ Voordat je het paard iets vraagt, moet je zelf eerst een goed plaatje in je hoofd hebben van hoe de oefening eruit ziet en hoe je deze wil uitvoeren. Als het voor jou duidelijk is, dan kun je het ook beter overbrengen op je paard.

○ Ga voor het paard staan, zodat je het paard kunt aankijken. Dit heet de Voorpositie. Wil je de volte linksom gaan uitvoeren dan sta je wat meer aan de linkerkant van het paard en visa versa als je de volte rechtsom wil uitvoeren. Het voordeel van deze positie is dat je het hele paard kunt overzien en ook goed kunt blijven bewaken dat de stelling/buiging klopt en het paard onder treedt met zijn achterbeen.

○ We nemen voor het gemak even de beschrijving voor de volte naar links

○ Vraag het paard in beweging door je buik wat in te trekken en aanstalten te maken om achteruit te lopen. Als je paard je niet volgt, kun je met je hand met de longe/teugel wat druk zetten en tegelijkertijd vraag je met je andere hand met het zweepje om het paard voorwaarts te laten aanstappen.

○ Let erop dat je zelf zo goed mogelijk al achteruit lopend een voltelijn vast kunt houden. Je hakken wijzen de voltelijn op en als je je hakken goed kunt blijven plaatsen, gaat de rest van je lichaam vanzelf mee.

○ !In het begin is het vooral belangrijk om ervoor te zorgen dat je paard niet over de schouder naar binnen of naar buiten valt en dat hij netjes hol blijft aan de binnenkant.
Valt hij wel over de schouder naar binnen (maakt volte kleiner), dan kun je het zweepje inzetten om de schouder te begrenzen.
Valt hij over de schouder naar buiten (maakt volte groter) dan kun je het beste zelf afwenden, dus maak de volte kleiner en neem het paard mee door wat druk te vragen op de kaptoom. Of je zet het zweepje in om de schouder weer wat te begrenzen.
Feitelijk heb je al best wat bereikt als je paard niet meer over de schouders valt, maar verticaal in evenwicht blijft.


Vervolg

○ Heb je het bovenstaande voor elkaar dan komt de volgende stap

○ Net zoals bij de vorige oefening (stelling en buiging in stilstand) kunnen we door de het aanraken met de zweep van de plek bij de singel, achter het voorbeen het paard vragen om stelling en buiging aan te nemen en waarbij dan ook de hals en het hoofd wat zakt, zoals aangeleerd in de vorige oefening. Je vraagt dit met de hand waarin je ook de zweep vast houdt

○ Let erop dat je weer zelf zo goed mogelijk achteruit lopend een voltelijn vast kunt houden. Je hakken wijzen de voltelijn op en als je deze goed kunt blijven plaatsen, gaat de rest van je lichaam vanzelf mee.

○ Bij het aanleren van de oefening is het samenspel belangrijk tussen het aanraken van de singelplek met het zweepje en wanneer het paard hier niet op reageert, de hand die de teugel vast heeft om het paard te vragen om zijn hoofd/hals te zakken en mee te kijken, de volte op. Dit zorgt ervoor dat het paard leert om stelling en buiging aan te nemen. Zodra het paard reageert en nageeft, geef jij na door je hand te openen en beloon je. Houd dus nooit te lang druk op de teugel.

○ Denk altijd in een voorwaartse richting. Werk dus met je hand nooit terug of zijwaarts, want daarmee blokkeer je de wervelkolom en de voorwaartse beweging van de achterbenen. Wanneer je paard stug wordt aan de voorkant dan kun je wat meer buiging of ondertreden vragen

○ Met je andere hand houd je de zweep vast en hiermee kun je het binnenachterbeen vragen om verder onder te treden door het been zachtjes aan te tikken wanneer dit in de lucht is

○ De hulpen blijf je herhalen en zodra het paard goed reageert en in de vorm blijft, al is het maar twee stappen dan beloon je het paard en stop je met de hulpen. Valt het paard dan weer uit de vorm dan geef je weer de gewenste hulp. Let er op dat je het paard ook eigen verantwoordelijkheid geeft en dat je geen hulpen geeft als het niet hoeft.

○ Gaat je paard te snel dan gebruik je halve ophoudingen met de teugel via de kaptoom. Duwt je paard hierdoor heen, dan maak je een hele ophouding eventueel met behulp van de zweep voor de borst en zet je het paard stil.

○ Om te voldoen aan de gevraagde buiging, zal het paard zijn buikspieren moeten aanspannen (dat is namelijk ook wat je vraagt met je hulpen, plus nageven voor je hand). Door deze oefening wordt het paard aan beide kanten even soepel en even sterk. Op den duur zul je het verschil tussen zijn natuurlijke, korte gespierde en lange, slappe zijde niet meer zo merken. Nu gebeurt er iets bijzonders: zodra het paard in de lengte leert buigen, zakt het hoofd en de hals als vanzelf. Het paard laat dus vanzelf zijn hoofd zakken en dan gaat hij, wat we noemen, voorwaarts/neerwaarts lopen. Voorwaarts is overigens niet het tempo, maar betekent een voorwaarts tredend achterbeen.

○ Op deze manier bereik je fysieke en mentale ontspanning. Want het paard kan zijn hoofd moeiteloos laag brengen.

○ Beloon het paard bij iedere goede poging!



Aandachtspunten

! Wissel links- en rechtsom genoeg om en doe de oefening vooral in het begin niet te lang (een paar rondjes zijn genoeg) want dit kan spierpijn veroorzaken.

! Ook is het slim om de moeilijke kant van het paard een keer meer te oefenen. Dus als rechtsom moeilijk gaat, begin hier dan mee en sluit hier ook mee af. Deze kant wordt dan een keer meer getraind waardoor het sneller soepel wordt.

! Bij het aanleren van de oefening beginnen we altijd met de meest gemakkelijke kant voor het paard. Dit motiveert het paard meer om mee te werken.



Geef het paard de tijd en oefen vooral in het begin niet te lang (max 10 min). De spieren hebben tijd nodig om sterker te worden. Je kunt het een beetje vergelijken met als jij de volgende oefening zelf uitvoert.



Filmpje Vera
en Kvikur

In het onderstaande filmpje zie je Vera en Kvikur tijdens hun 3e poging op de volte vanuit de voorpositie.


We kunnen het paard deze oefening ook leren door naast de schouder te lopen (werk aan de hand positie). Soms is dit ook gemakkelijker om mee te beginnen (afhankelijk van het paard en zodat we ook eventueel het paard tussen twee teugels kunnen begeleiden). Dit is de Werk aan de hand positie.



Filmpje Vera
en Kvikur

In het onderstaande filmpje de eerste poging van Vera en Kvikur om de volte te oefenen vanuit de werk aan de hand positie. Bij Kvikur helpt deze positie in eerste instantie beter om hem lengtebuiging te kunnen laten aannemen. Hij leunt veel op zijn binnenschouder, zoals je in het vorig filmpje hebt kunnen zien. Doordat Vera naast zijn schouder loopt kan ze hem beter begrenzen en begrijpt Kvikur beter dat hij als het ware om haar heen moet buigen met zijn lijf.

Zoals je zult zien wordt er geoefend met 1 teugel (op de middelste ring van de kaptoom). In deze aanleerfase is het belangrijk om op deze manier met 1 teugel te werken. Met 2 teugels heb je sneller de neiging om zelf teveel vast te houden (eigen coördinatie is ook lastig) en om terug te werken met je hand, naar achteren in plaats van gevend te sturen. Waardoor je het paard kort maakt in de wervelkolom in plaats van ruimte tussen de wervels te creëren.


Door de volte eerst aan de hand en vlak voor of naast het paard aan te leren kan het paard dit later ook gemakkelijk met meer afstand vasthouden en kan je ook longeren op een juiste manier.



Succes met deze oefening!